Archive for March, 2009
Bob Metcalfe heeft een kleurrijke carriere achter de rug en is bekend als de uitvinder van Ethernet en de oprichter van 3Com.
En nu wil hij als venture capitalist en spreker de lessen die Internet hem leerde toepassen op het energienetwerk van de toekomst wat hij Enernet heeft genoemd. Bijvoorbeeld zaken als open standaarden, gelaagdheid, het vermijden van monopolies, het managen van bandbreedte, etc.
De toon is zoals we van Metcalfe gewend zijn strijdbaar:
“The world needs cheap and clean energy. Too many of the people working on this problem are luddites and greens and Marxists and politicians and lawyers and other people who don’t understand the problem. But scientists and engineers and venture capitalists can solve the problem. Just like it took us thirty years to break the back of the communications monopolies to build the internet, we’re going to take the next thirty years to break the back of the energy monopolies and give the world cheap and clean energy.”
Ik vond het heel inspirerend allemaal en misschien kan het deze keer nog iets sneller dan bij Internet.
Want ten eerste duurde het breken van de macht van telecom extra lang omdat bijna niemand wist wat Internet was zodat het grote publiek er nooit om gevraagd heeft. Er was lange tijd alleen een “sense of urgency” bij een paar geeks zonder macht terwijl fossiele energie gezien wordt als misschien wel het grootste probleem van onze tijd waar we snel vanaf moeten.
En ten tweede is er nu een hele generatie “Internet veteranen” die geld, macht en ervaring hebben en is er een nieuwe generatie “digital natives” voor wie het nieuwe paradigma… “native” is.
Anderzijds is de energiebrache waarschijnlijk de grootste, meest gecentraliseerde (en dus best gedirigeerde) oudste en meest met het politieke en militaire machtssysteem verweven industrie ter wereld. Daarmee vergeleken stelde de macht van de Telecoms niets voor. En bijvoorbeeld Shell begint steeds meer terug te duwen (Via Remi). En omdat Shell (en Gasunie) een leidende rol hebben in de meeste overlegorganen van de overheid over duurzame energie hoeven we van de politiek wellicht ook niet zoveel te verwachten.
Maar wie zie wil ergeren c.q. zich wil laten inspireren door Bob Metcalfe kan hier zijn eerste powerpoint presentatie downloaden en hieronder de presentatie bekijken.
En dit is een eerdere en ruwere versie van dezelfde presentatie, gegeven bij een bezoek aan zijn thuisbasis MIT. Hij is beter op dreef (wellicht omdat hij geen PowerPoint gebruikt) en de kwaliteit van de video is ook wat beter.
Sinds we terug zijn van vakantie proberen Sunnyguy en ik Chinees (Mandarijn) te leren. Ik vind het heel moeilijk maar ook erg leuk.
Eind deze maand beginnen we met een echte cursus, in een klasje. Tot die tijd rommelen we zelf met boekjes en cd’s en internet. Ik gebruik het woord ‘rommelen’ omdat onze pogingen nog wat ongericht zijn, niet omdat ik zelfstudie per definitie inferieur vind aan lessen op een school.
Een paar dagen geleden zat ik weer te rommelen. Ik was bezig met het aanleggen van een woordenlijst om mezelf mee te overhoren. Daarbij stuitte ik op het woord voor ‘klasgenoot’. (Chinese karakters gekopieerd van www.trychinese.co.uk.)

‘Hee, dat ding met die puntjes komt me bekend voor’, dacht ik. Ik zocht even verder en kwam erachter dat ik dit karakter inderdaad eerder had gezien, het was het woord ‘leren’.

Ineens kwam het karakter aan de linkerkant me ook bekend voor. Dat was het woord ‘samen’. Tóngxué = samen leren = klasgenoot! Aangezien het Chinees geen werkwoordsvervoegingen kent, zou je voor ‘samen leren’ ook ‘samen lerend’ kunnen lezen, vermoed ik.
In plaats van alleen maar dom te kopiëren had ik een inzicht gekregen. Het was een heerlijk moment. Natuurlijk wil ik, zoals iedereen die iets bestudeert, vooruitgang boeken. Maar het is ook niet zo erg om een beginner te zijn, want dan heb je alsmaar van dit soort momenten.
Ik ben blij
Er schijnen in China een slordige honderddertig miljoen mensen van het platteland te zijn vertrokken om te gaan werken in de fabrieken die China’s reusachtige exportindustrie van koopwaar voorzien. Leslie Chang schreef een boek over de vrouwelijke arbeidsmigranten in de fabrieken in en rond de stad Dongguan. Wie een zielig verhaal over sweat shops en uitbuiting verwacht, komt bedrogen uit. Chang schetst een gedetailleerd, kleurrijk beeld van het leven van de jonge vrouwen in Dongguan, maar neemt geen standpunt in over globalisering of kapitalisme. Dat mag de lezer zelf doen en dat werd in elk geval door deze lezer erg gewaardeerd.
Het leven in de fabrieken is, althans gezien door de ogen van een Westerling, zwaar te noemen. Zes dagen in de week werken is normaal en die dagen kunnen gemakkelijk elf of twaalf uur lang zijn. Werknemers slapen in vertrekken die door de fabriek beschikbaar worden gesteld en moeten voldoen aan allerlei regels die in Europa als een onaanvaardbare inbreuk op de persoonlijke vrijheid zouden worden gezien. Flikflooien met mannelijke collega’s is er bijvoorbeeld niet bij. De eerste twee maanden salaris van een werknemer worden vastgehouden als een soort borgsom, om te voorkomen dat een werknemer ontslag neemt zonder toestemming. De toestemming wordt vaak geweigerd. Inmiddels is er een enorme shake-out gaande in de Chinese exportindustrie als gevolg van de kredietcrisis, maar deze ontwikkelingen zijn te recent om in het boek aan bod te komen.
Voor de vrouwen zijn de eerste maanden in de fabriek moeilijk. Naast het feit dat ze erg hard moeten werken, zijn ze ver van huis en moeten ze zich staande houden in een omgeving die weliswaar niet vijandig is, maar wel grotendeels onverschillig. Wie zich door de eerste moeilijke periode heen weet te slaan, wint een onverwachte prijs: zelfstandigheid. Voor wie erachter komt dat ze zichzelf ook heel goed kan redden zonder ouders, en zonder de klemmende sociale regels van het platteland, verandert het leven onomkeerbaar. Ik vond het bijvoorbeeld prachtig om te lezen hoe de jonge Min in haar eentje ongekende economische voorspoed voor de familie thuis meebrengt, en vervolgens de vrijheid opeist om te doen waar ze zin in heeft.
Met de vrijheid komt voor sommige vrouwen het verlangen om zichzelf te ontwikkelen en aldus meer te verdienen. In de migrantengemeenschap van Dongguan barst het van de mogelijkheden om cursussen te volgen. Dat men hier nog tijd voor vindt geeft wel aan hoe gedreven de jonge Chinezen zijn. Velen proberen Engels te leren, met wisselend succes. Ook cursussen die voorbereiding bieden om op kantoor te werken in plaats van aan de lopende band, zijn erg in trek. Logisch, want wie op kantoor zit verdient meer.
Leslie Chang heeft veel tijd en moeite geïnvesteerd om een aantal jonge vrouwen intensief te volgen. Makkelijk was dat niet, want jobhoppen en verhuizen is heel normaal onder de migranten, en elkaar kwijtraken ook. Toch is het gelukt om van een klein aantal vrouwen een heel persoonlijk beeld te geven. Daarnaast ontbreekt ook de achtergrond niet, zodat de lezer een en ander in zijn context kan plaatsen.
Tussendoor gaat Leslie Chang, die in de Verenigde Staten geboren is maar wier ouders uit China komen, enkele hoofdstukken lang in op de geschiedenis van haar eigen familie. Het verband met de jonge vrouwen in de fabrieken was voor mij niet duidelijk. Ik vind dat ze hier beter een apart boek aan had kunnen wijden. Dat had makkelijk gekund, want de familie heeft duidelijk heel wat meegemaakt.
Voor wie (zoals ik) nooit veel over China gelezen heeft is dit boek is een prima start. Het is toegankelijk en heel interessant. Maar ik denk dat het ook de moeite waard is voor ervaren China-kenners. De persoonlijke geschiedenis maken het mogelijk om je in te leven. Tegelijk biedt het boek voldoende feiten om een en ander in een breder kader te kunnen plaatsen.
- Titel: Factory Girls
- Auteur: Leslie T. Chang
- Samenvatting in één regel: verslag van het leven van vrouwelijke arbeidsmigranten in China
- Uitgeverij: Picador
- Eerste druk: 2008
- ISBN: 9780330506700
Nog enkele belangrijke feiten over Baboffel de kater die vooral niet vergeten mogen worden:
- Hij had hele rare eeltkussentjes. Ze voelden slap aan, als ballonnetjes die langzaam leeg beginnen te raken.
- Hij had een knik in zijn staart. Vermoedelijk is hij ooit, voordat hij in ons leven kwam, met zijn staart tussen de deur gekomen.
- Hij was vreselijk nieuwsgierig. Als hij had kunnen praten had hij de woorden “effe kijken!” vast en zeker vaak nodig gehad. Wellicht is er een verband met het vorige punt.
- Hij vond het prettig om zijn voorhoofd stevig tegen je arm aan te duwen en vervolgens zo te gaan slapen.
- Hij had een geheel zwarte vacht, zwarte snorharen, eeltkussentjes en nagels. Zijn ogen waren goudkleurig.
- Hij kon niet goed miauwen. Als hij het probeerde hoorde je een zacht gekraak. Het is moeilijk om dat geluid te omschrijven, volgens mij klonk het een beetje als een klein meisje met keelontsteking.
Op onze eerste dag in Hong Kong zei Sunnyguy tegen mij: “Ik weet niet – ik vind het zo druk…”
De bedremmelde toon waarop hij het zei ontroerde mij. Hij klonk als een kind dat voor het eerst naar school moet en wenst dat hij maar weer thuis was.
Wij waren ontzettend moe. Vliegen naar een plek die zeven tijdzones verderop ligt, gaat je niet in je koude kleren zitten. En Hong Kong is inderdaad druk, heel druk. Het is ook groot, de gebouwen zijn angstaanjagend hoog. En iedereen spreekt Chinees en ze doen alles net even anders dan wij. Er is niet echt een manier om je voor te bereiden op alle indrukken die op je af komen als je voor het eerst een wereldstad bezoekt. Wij voelden ons geïntimideerd en moesten als het ware even ergens doorheen.
Maar toen we er dan eenmaal doorheen waren – dat gebeurde snel genoeg – wilde ik eigenlijk niet meer weg. In Hong Kong wordt hard gewerkt en veel geld verdiend. Maar er is ook ruimte voor plezier. De stad is met veel visie en durf ingericht, men heeft niet zomaar gebouwen neergegooid (niet overal, tenminste) om de groeiende bevolking de ruimte te bieden. Er is veel moois te zien en er zijn veel aangename plekken waar je even uit kan blazen. Bovendien kan je er verschrikkelijk veel kopen maar dat hebben we niet gedaan, wij zijn het niet gewend om ons in Gucci en Armani te steken.
De stad ademt ambitie en optimisme. Ik ging er geïnspireerd en verfrist vandaan, alsof er een paar ramen in mijn hoofd waren opengezet en de boel eens goed gelucht was. Ik hoop dat ik nog eens terug kan.
http://www.flickr.com/photos/34346217@N06/sets/72157614261514431/