Archive for February, 2009
Google gaat in de Smart Grids: you can measure it > you can improve it
De rekencentra van Google verbruiken immense hoeveelheden energie. Tegelijkertijd loopt Google echter voorop in het stimuleren van duurzame energie. Zij investeerden bijvoorbeeld honderden miljoenen in zonnecel fabrikant NanoSolar (misschien wel het meest baanbrekende bedrijf op dit gebied) en je komt de naam ook continu tegen bij andere vooruitstrevende investeringen in duurzame energie. Als je het mij vraagt is er waarschijnlijk geen enkel bedrijf dat de duurzame energie zo goed aan weet te jagen.
En nu storten ze zich op de markt van Smart Grids en het meten van persoonlijk energieverbruik. De video geeft hun visie goed weer en hun insteek is volgens mij de enige juiste:
“Veel slimme meters tonen geen informatie aan de gebruiker. Volgens ons is dat onacceptabel. Wij geloven dat gedetailleerde informatie over jouw persoonlijke energiegebruik van jou zelf is en beschikbaar moet zijn in een standaard en open formaat. Je moet zelf kunnen controleren wie het te zien krijgt en je moet uit een ruim aanbod van diensten kunnen kiezen die je helpen om deze informatie te begrijpen en ervan te profiteren.”
Het is een mooi voorbeeld van hoe de manier van denken uit de Internet wereld de energiewereld binnendringt. De energiewereld is gewend dat zij vrijwel alles voor de klant beslissen en dat het netwerk nauwelijks informatie oplevert. Een beetje zoals de PTT in de tijd dat je kon kiezen tussen een grijze telefoon en een grijze telefoon. De grootste hobbel voor het invoeren van slimme meters is volgens veel bronnen dat de energiebedrijven er niet aan toe zijn om de informatie te ontvangen en op te slaan. Vanuit de Internet invalshoek is het veramelen en opslaan van deze informatie triviaal. De vraag is alleen welke keuzes je daarbij maakt. Bij Internet draait idealiter alles om de eindgebruiker, dat is het basisconcept. De eindgebruiker is de eigenaar van de gegevens (als ze op hemzelf betrekking hebben) en de eindgebruiker kiest zelf uit zoveel mogelijk dienstverleners die deze informatie voor hem begrijpelijk en profijtelijk maken.
De meeste energiebedrijven zijn hierin een vertragende factor maar sommigen ontlenen hun imago juist aan het feit dat ze hierin wel vooruit denken. Zo heeft Xcel een uitgebreid proefproject gestart in Colorado. De meest geavanceerde huizen in dit project kunnen hun energieverbruik in de tijd verschuiven afhankelijk van de belasting van het netwerk en de prijs van elektriciteit. Ook worden hun elektrische auto’s op strategische momenten opgeladen of juist gebruikt als netwerkbatterij. Overigens is niet duidelijk wie hier de eigenaar van de informatie is (Xcel of de eindgebruiker).
De kosten hoeven niet hoog te zijn. Laatst heb ik zelf een paar slimme meters ontworpen (op basis van kant en klare componenten van Texas Instruments: een kind kan de was doen) en mij werd duidelijk dat bij toepassingen op grote schaal de kosten nu al te verwaarlozen zijn. We praten over rond de tien euro voor een apparaat dat informatie over energiegebruik kan verzamelen en via internet kan verzenden en een paar euro meer voor een uitbreiding waarmee het apparaat via Internet opdrachten kan ontvangen om apparaten aan en uit te schakelen. Vergeleken bij de meeste consumentenelektronica (denk aan mobiele telefoons) zijn de apparaten zelf haast lachwekkend simpel.
Volgende week praat ik met iemand die net een Smart Grid bedrijfje in Nederland heeft opgericht. Ik ben heel benieuwd wat in ons kikkelandje de laatste stand van zaken is.
In ieder geval ga ik het zelf allemaal niet afwachten maar ga ik alvast aan de slag. Ik wil binnekort meerdere slimme meters in mijn huis installeren die mijn elektriciteitsverbruik nauwkeurig in de gaten gaan houden. Daarover later meer.

Toen we onze kater Baboffel uit het asiel haalden, had hij al nierinsufficiëntie en chronische niesziekte. Toch was hij een flinke kater in de kracht van zijn leven. Toen hij ons binnen zag komen, wist hij direct wat voor vlees hij in de kuip had. Twee grote, zachtmoedige dwazen die hij volledig naar zijn pootje zou kunnen zetten. Hij stootte zijn maatje Zorro aan: “Die twee zijn voor ons.” Hij vlijde zich in onze armen alsof hij ons al jaren kende. En passant gaf hij andere katten die ook eens aan ons wilde ruiken een dreun.
Baboffel hield namelijk niet van dieren, hij hield van mensen. Hij vond ons geweldig maar iedereen die verder over de drempel kwam ook. Angst voor vreemden kende hij niet. Ik denk dat hij ervan uitging dat iedereen hem toch wel schattig zou vinden.
Die middag in het asiel gingen Zorro en hij allebei mee naar ons huis. We moesten wel eens met Baboffel naar de dierenarts als hij weer eens flarden snot door de kamer slingerde. Een keer was hij een week lang zoek en werd hij thuisgebracht met de dierenambulance. En dan was er nog die keer dat de dokter een abces op zijn wang, zo groot als een pingpongbal, lek moest prikken. Dat kwam allemaal weer goed.
Nu heeft hij dan zijn negen levens opgebruikt. Ernstig nierfalen, het schijnt veel voor te komen bij katten.
Laatste keer in de weg gelegen bij het toetsenbord: check.
Laatste keer aan de heg aan de overkant van de straat geroken: check.
Laatste keer eten van de buurkatten gejat: check.
Laatste keer dreigend naar poes Bonita gekeken: check.
Laatste keer op zij gerold om buik te laten aaien: check.
Laatste keer geslapen op wollen dekentje: check.
Allerlaatste keer naar de dokter: check.
Het ziet ernaar uit dat de dagen van de spaarlamp zijn geteld.
Analisten zien gallium nitride oftewel LED-lampen al lang als de ultieme lamp.
De voordelen van een LED boven een spaarlamp:
- 3x zo efficient
(12x efficienter dan een gloeilamp). - 10x langere levensduur
(100x langer dan een gloeilamp). - Direct aan (niet “even op gang komen”).
- Bevat nauwelijks giftig kwik.
- Compact en “design-vriendelijk”
(vergelijkbaar met halogeenspots). - Makkelijk te dimmen.
- In vele kleuren te maken.
Het enige probleem zijn de productiekosten.
Gallium nitride kan namelijk niet zomaar op een laagje goedkope silicium worden aangebracht. Het moet in plaats daarvan bijvoorbeeld op kostbaar saffier worden aangebracht.
Dat komt omdat het aanbrengen bij een temperatuur van 1000 graden gebeurt en gallium nitride krimpt vervolgens 2x zo sterk als silicium bij het afkoelen. Het resultaat: barstjes in de laag gallium nitride en een kapotte LED.
Collin Humphreys (hoogleraar in Cambridge) heeft echter een simpele oplossing bedacht. Zijn team brengt naast gallium nitride ook een paar laagjes aluminium gallium nitride aan: dat krimt veel minder snel. Het resultaat van het combineren van die laagjes is dat de LED nu wel direct op silicium kan worden aangebracht. Daardoor wordt de duurste stap uit het productieproces ineens spotgoedkoop. Volgens Humphreys kan deze methode binnen 5 jaar commercieel zijn en dan heb je voor een paar euro een lamp die een leven lang mee gaat.
Humphreys denkt zelfs dat de overstap van gloeilampen naar spaarlampen te snel is gemaakt:
“We hadden beter nog vijf jaar gloeilampen kunnen blijven gebruiken om vervolgens direct op LED’s over te schakelen.”
Dat weet ik dan weer niet maar het idee dat we goedkope, efficiente en mooie verlichting krijgen die je makkelijk kunt dimmen spreekt me erg aan.
Het wordt helemaal leuk als je ook de kleur kunt aanpassen. Dat kan nu al maar het is nog duur. Ik durf te wedden dat het over een paar jaar standaard is in ons rijke westen.
“Wat doe je zaterdag?” “Oh, ik ga de voorkeursinstellingen voor mijn lampen thuis even inregelen zodat ik voor het feestje van zondag de ideale sfeerverlichting heb.”
