Archive for the 'Sunny wife' Category
Mensen klagen wel eens over de teksten waarmee bedrijven nieuw personeel proberen te werven. Die zouden allemaal hetzelfde zijn, saai en vol van betekenisloze frasen. Bedrijven zemelen allemaal over ‘passie’. Ze zijn allemaal ‘dynamisch’ en ze willen je allemaal ‘het beste uit jezelf’ laten halen.
Misschien is de kritiek terecht. Maar wat dacht u van de teksten waarmee potentiële werknemers zichzelf presenteren? Dacht u, dat dát zulk vernieuwend proza was? Die mensen zijn ook allemaal ‘dynamisch, resultaatgedreven en proactief’. Woorden waarvan ik hoop ze in dit verband nooit meer tegen te komen. En als ik nog een keer zie dat iemand op zoek is naar een nieuwe uitdaging, ga ik heel hard huilen. Sowieso vind ik dat het gebruik van het woord ‘uitdaging’ voor minstens tien jaar verboden moet worden, behalve voor mensen die bezig zijn met het ontwikkelen van een vaccin tegen AIDS of met het stichten van vrede in het Midden-Oosten.
Brugge – Oostende 24 kilometer
Blaren op mijn rechtervoet zijn gaan ontsteken. Het bonkt en brandt en doet erg veel pijn. Ik vraag me af of ik er wel mee lopen kan. Langs de route is niet veel, ik doorkruis niet eens een dorpje. Halverwege van gedachten veranderen is er niet bij, als ik eraan begin zal ik ook door moeten. Ik vind het zo jammer om het, bijna letterlijk met de haven in zicht, op te geven dat ik het toch maar probeer.
Op weg dus maar weer. Door wat te improviseren met heel veel pleisters slaag ik erin om de pijn dragelijk te maken maar echt lekker wandelen is er niet bij vandaag, ook al omdat het erg benauwd is.
De weg langs het kanaal van Gent naar Oostende (ik weet ook wel dat ik van Brugge naar Oostende loop, maar zo heet dat kanaal op de kaart) is rustig en groen. Maar ook wel een beetje saai. Tijdens het lopen fantaseer ik over alles wat ik ga kopen als ik in Oostende ben. Ik hoef nou niet meer om het gewicht van mijn bagage te denken.

Voorzover ik heb kunnen vaststellen, staan ALLE kapelletjes in Vlaanderen op de kaart. Deze ook. Ik vind dat raadselachtig. Wie houdt die informatie bij? En waarom?
Ook fantaseer ik over het in brand steken van mijn wandelschoenen. Maar brand stichten op de openbare weg, daar krijg ik vast last mee. Achterlaten in Oostende, dat kan wel natuurlijk maar is dat wel verstandig? Ze waren zo duur en misschien is het wel normaal dat je pijn in je voeten krijgt als je zoveel loopt.
Het laatste stuk voor je het centrum van Oostende in loopt is absoluut niet mooi, zelfs niet op een lugubere manier zoals het buitengebied van Antwerpen. Saaie fabrieksterreinen. Het weer wordt wel stukken beter, minder bewolkt. Het valt me heel zwaar allemaal. Maar daar is dan toch de stad. Oostende is zoals veel grotere badplaatsen: iets te druk, een beetje ordinair en toch ook wel weer erg leuk. Lekker veel winkels, maar ik heb niet echt de kracht om er uit te halen wat erin zit. Het hotel is prima, stil en fris en voorzien van een klein hondje.
Na mijn tas in het hotel achter te hebben gelaten, naar het strand. Nergens geeft de zon zoveel licht als op het strand. Ik vind het mooi en pas nu overvalt me de gedachte: HA! Dat heb ik toch maar mooi gedaan! Van Kalmthout naar Oostende, 155 kilometer (gelopen ja, het stuk met de bus tel ik niet mee).
Dan ga ik eten bij een stampvolle pizzeria. Ik verbijster me over de voorbijrennende serveerster. Dat ze daar de energie voor heeft! Dat ik dat vroeger ook gedaan heb! Dan bedenk ik dat ik toen waarschijnlijk op dezelfde manier had gekeken naar mijn wandeltocht van deze week.
Moe en tevreden eet ik mijn pizza. Morgen zie ik Auke weer.
Knesselare – Brugge 21 kilometer
De eerste bewuste gedachte die me invalt bij het wakker worden is: jammer dat het al bijna voorbij is.
Dat geldt dan voor de vakantie maar niet voor dit hotel. De koffie is een slag in het gelaat. Snel weg hier! Als ik bij de receptie sta, zegt een van de Amerikaanse dames nadrukkelijk tegen de receptioniste: “you have a beautiful hotel.” Misschien ligt het allemaal aan mij.
Om 9:15 ben ik alweer op pad. Prachtige wandeling door heel landelijk gebied. Akkers, koeien en zo nu en dan een beetje bos. Ik kom nauwelijks iemand tegen, ook haast geen automobilisten. Het is warm, zonnig en een klein beetje heiig. Ik schiet lekker op. Juist als ik een scheurende honger begin te krijgen, verrijst voor mijn vermoeide reizigersoog een prachtige tearoom met schaduwrijke tuin. Wie op God vertrouwt, heeft zeker niet op zand gebouwd, zeg ik altijd maar.
Nog een dik uur kuieren en ik sta zomaar in Brugge. Een wat grotere stad binnenwandelen is niet altijd een lust voor het oog. Veel verkeer, industrie, grauwe buitenwijken. Maar de wandeling van vandaag is mooi van begin tot einde. En Brugge is freaking awesome!! Hier moet ik met Auke heen. Ik bel hem op en vertel hem dit. Hij lijkt er nogal voor in te zijn.

Deze zwaan kwam langs het open raam gezwommen toen ik aan mijn diner zat. Het was zo schilderachtig dat het wel leek of het zo geregeld was door de VVV!
Ik was hier al om vier uur. Het hotel ligt op een prima locatie en is niet duur. Ik zag het dan ook met angst en beven tegemoet. Wat voor vlooiennest zou het zijn? Maar het valt 100% mee. Niet iets voor een romantisch weekendje met de man, maar degelijk en schoon en op een bepaalde manier wel huiselijk. Hier kijk ik ‘s avond naar Nederland – Kameroen op een erg klein tv’tje dat nogal ver van het bed hangt. In de verte turend zie ik een mooie overwinning.
Zomergem – Knesselare 11 kilometer
Goed slapen werkt zoals altijd wel heilzaam maar ik zie het toch niet helemaal zitten vandaag. Ik neem me voor om lekker de bus naar Lovendegem te nemen. Bij de bushalte denk ik: wie doet me wat, ik ga nog een dorpje verder. En zo rijd ik met de bus vanuit hartje Gent helemaal naar het plaatsje Zomergem. Onderweg kan ik goed zien wat een lelijke wandeling mij bespaard blijft. Ik ben heel blij met deze beslissing.
Vanaf het kerkplein van Zomergem maak ik een mooie wandeling door akkers en bossen naar het hotel in Knesselare. Dat hotel blijkt een wat treurigmakend oord te zijn. Ik had dat al een beetje vermoed na het zien van de website maar er is hier niets anders. De hele kamer is roze. Nou houd ik nogal van roze maar dit ziet er niet uit. Nou ja, het is niet duur en het bos was mooi. Je kan in het hotel eten maar ik heb er geen vertrouwen in. Dus ik begeef mij naar eethuis De Muze. Is nog wel een eindje lopen. Maar daar heb ik op deze relaxte dag nog wel puf voor.
Ik vind het eethuis, het ziet er heel aantrekkelijk uit, ik wil er graag wat eurootjes stukslaan maar… het is dicht. Gvd. Dan toch maar naar het hotel. Ik neem de niet-toeristische route terug, langs de rijksweg. Als je het hotel vanaf die kant nadert, lijkt het net iets uit een horrorfilm. Mij benieuwen of ik vannacht niet in mootjes word gehakt.
Als ik mij meld voor het diner, schrikt de dienstdoende, overigens vriendelijke jongeman zich kapot. Het restaurant gaat pas om kwart over zeven open, zegt hij. Wat een rare tijd. Ik word een beetje bang dat ze speciaal voor mij de kok uit een naburig dorp gaan oppiepen. Gelukkig kan ik wel alvast wat drinken in de bar. Die is met veel zorg aangekleed en er is helemaal niemand. Ook al zo triest. Er staat wel een cd met hemeltergend slechte muziek op. Tophits uitgevoerd door een ander synthetisch bandje. Zonder zanger, gelukkig.
Ik vraag mij juist af, of ik misschien de enige gast ben in dit hotel met achttien kamers. Maar dan zie ik iemand rondscharrelen in de hal. Niet helemaal duidelijk of dit een potentiële dinergast is maar ik hoop het van harte. Ik heb helemaal geen zin om in mijn eentje in het restaurant te zitten. Hij lijkt wel naar een tijd te informeren, dus wie weet. Wat kan mij dit eigenlijk schelen? Begint de eenzaamheid bij mij toe te slaan?
Het restaurant is open, wordt mij meegedeeld. Erheen! Het ziet er best leuk uit, eigenlijk. Waarom is er niemand? Wat kan het leven toch onrechtvaardig zijn.
En verdomd, daar heb je die man van daarnet. Dit is nou ook weer een beetje raar, met EEN vreemde in een leeg restaurant zitten. Vooral omdat hij zo gaat zitten dat hij mij aankijkt. Gelukkig gaat hij ook met zijn telefoon spelen. (Ik deed dat al. Ik type dit verhaal op mijn telefoon.) Er moet nu nog iemand komen.
Gelukkig, de man krijgt gezelschap van een andere man. Het wordt nu al wat minder raar allemaal. De mannen spreken Engels, maar hun accent is zo vreemd dat ik ze niet versta. Nog een klein uurtje later komen er twee Amerikaanse dames bij. En dan meldt zich nog iemand bij de receptie. Het wordt nog een dolle boel!
Berlare – Gent 28 kilometer
‘s Nachts heb ik zo’n pijn dat ik voor het eerst denk: zal ik de bus nemen? Maar ‘s morgens zie ik het al weer zitten. De omgeving van Berlare is prachtig. Als ik weer een tijdje op de Scheldedijk loop, word ik overvallen door “warm and fuzzy feelings”, zoals wij dat thuis plegen te noemen. Ik ga op een bankje zitten en bel Auke op. Na twintig minuten loop ik welgemoed weer verder.
Maar dan. Ik loop een tijdje te dwalen als ik er niet door kan wegens wegwerkzaamheden. Kost me ongeveer een uur. Vervelend, maar goed, het is nog steeds prachtig hier. Maar eigenlijk heb ik er om 14:00 wel een beetje genoeg van. Het is warm, ik wil op mijn rug in het gras liggen. Wat ik op dat moment nog niet weet, is dat het nog vijf (5) uren zal duren voor ik mijn bestemming bereik. Ik heb verschrikkelijk veel pijn in mijn voeten. Aan het einde van de middag vervloek ik mijn schoenen, mijn sokken, de wielrenners die maar langs me blijven vliegen op de Scheldedijk. Op mijn tanden bijtend bereik ik Gent. Het duurt eindeloos en ik vind mezelf enorm zielig.

Ik denk dat er zonnebrandcreme op de lens zat. Ik zet deze foto er toch bij, want het gebeurt niet elke dag dat je een vliegtuig aan de oever van de Schelde ziet staan.
Ik kom een zwerver tegen die me om geld vraagt en voel me licht belachelijk, met mijn zelfmedelijden. Chagrijnig mompelend geef ik hem een munstuk en strompel verder. “Goede reis” zegt hij en het is gek maar dat doet toch wat, als iemand dat zegt. “Juffrouw” noemt hij mij, dat woord is hier blijkbaar nog niet in onbruik geraakt.
En dan eindelijk, eindelijk ben ik bij Monasterium Poortackere. Ik slaap op wat vermoedelijk een oude kloostercel is. Het is zeer eenvoudig maar prachtig. Dat wil zeggen, mijn kamer is eenvoudig maar je kan hier ook in grote luxe overnachten. Maar da’s meer iets voor met z’n tweeën.
Na een douche ga ik eropuit om wat te eten te vinden. Ik ben zo kapot dat ik me afvraag of ik morgen zal “spijbelen”. Ik begrijp niets van Gent en struin een beetje verloren rond. Waar moet ik eten? Overal bieden ze enge lappen vlees aan. Wanhopig val ik tenslotte een Grieks restaurant binnen. Beetje een vreemde keuze voor een vegetariër. Ik zit nog niet, of de ober duwt een dode vis onder mijn neus. OMFG! Suggestie van de chef. Dat nemen we dus niet maar door twee voorgerechten te combineren, kom ik er aardig uit. Een flinke salade en bladerdeegflapjes met spinazie en feta. Lekker; er zit munt in.
Tijdens de wijn bedenk ik dat een dag spijbelen misschien toch overdreven is. Ik zou erg goed wat tijd stuk kunnen slaan in het monasterium. Beetje in de kloostertuin liggen met een boek enzo. Maar uiteindelijk vind ik dit toch niet kunnen. Ik overpeins een compromis, bijvoorbeeld het saaie stuk met de trein en ook nog een stuk wandelen. Zou kunnen maar ik ben nu te moe om dit door te denken. Na een uitstekende maaltijd, twee goede glazen wijn en nog een digestief van het huis, dat een beetje naar zeep smaakt maar toch wel lekker is, begeef ik me naar mijn kloostercel. Genoeg gezien vandaag.
Mijn kamer heeft trouwens de naam van een heilige. Sint Erasmus.




















